| De Tweede Industriële Revolutie begon omstreeks 1870 en eindigde omstreeks 1910. Kenmerkend was de verdergaande mechanisatie door de invoering van de lopende band, de vervanging van ijzer door staal en de ontwikkeling van de chemische industrie. Daarnaast werden steenkool en water vervangen door olie en elektriciteit en kwam de benzinemotor tot ontwikkeling. Werd de Eerste Industriële Revolutie op gang gebracht door (soms toevallige) uitvindingen van amateurs, tijdens de Tweede Industriële Revolutie investeerden ondernemingen veel geld in professioneel onderzoek ('research') naar nieuwe producten en productiemethoden. Om over voldoende kapitaal te beschikken fuseerden kleine bedrijven tot grootschalige ondernemingen, die werden geleid door professionele managers. Ook werden aandelen uitgegeven. Deze ontwikkelingen leidden tot de overgang van het traditionele familiebedrijf naar de Naamloze Vennootschappen en multinationals. |