HOOFDROLSPELERS
Klik op de naam van de persoon die je zoekt:
Dries van Agt
Wilhelmus Bekkers
Willem Drees
Roel van Duijn
Wim Kok
Ruud Lubbers
Hans van Mierlo
Joke Smit
Joop den Uyl
Hans Wiegel
Dries van Agt (1931)
Toen Van Agt in 1973 minister van Justitie werd in het kabinet-Den Uyl had hij een progressief imago. Dat zou snel veranderen. Van Agt, die een ouderwets, bijna kunstzinnig taalgebruik had, zette zich schrap tegen de 'drammerigheid' van de PvdA en 'ome Joop' (Den Uyl). Hij verzette zich vooral tegen het gedogen van abortus: dat zag hij als teken van moreel verval, waartegenover een ethisch reveil' (herstel) nodig was. Het maakte hem gehaat bij links en geliefd bij de CDA-achterban.
Tot verbijstering van de PvdA en tot zijn eigen opluchting ging Van Agt in 1977 met de VVD regeren. Hoewel zijn kabinet slechts een minieme meerderheid in het parlement had, hield het de volle vier jaar stand. In 1981 moest Van Agt weer met Den Uyl regeren. Al na een paar maanden viel dit tweede kabinet-Van Agt. Na de verkiezingen van 1982 verliet Van Agt onverwacht de politiek waar hij naar eigen zeggen altijd een hekel aan had gehad.

Wilhelmus Bekkers (1908-1966)
Bisschop Bekkers van Den Bosch was tot ver in de jaren vijftig een conservatieve geestelijke. Toen kwam hij echter tot het inzicht dat veel katholieken zouden afhaken als de kerk de zaken niet anders aanpakte. De kerk moest niet langer uit de hoogte de waarheid verkondigen, maar de mensen serieus nemen. Bekkers werd een populaire figuur, zeker nadat hij in 1963 op tv had gezegd dat gelovigen zelf mochten beslissen of ze de pil gebruikten. Belangrijk was ook dat hij het initiatief nam tot gespreksgroepen waarin priesters en leken samen de zaken bespraken die hen bezighielden. Hij riep de priesters op 'niet de onfeilbare antwoordman te spelen, maar priesterlijk mens en menselijk priester te zijn, die kleine gelovige met de ander durft te zijn'. Tienduizenden mensen deden mee aan de gespreksgroepen. Na Bekkers' dood werd veel van wat hij had opgebouwd, afgebroken. Het Vaticaan was ongelukkig met de ontwikkelingen in Nederland en benoemde een aantal conservatieve bisschoppen om orde op zaken te stellen.

Willem Drees (1886-1987)
In 1948 kwam de steenrijke Amerikaanse diplomaat Harriman naar Nederland om te praten over de Marshallhulp. Omdat het zondag was ontving minister-president Drees hem thuis, in zijn eenvoudige woning in Den Haag. Mevrouw Drees presenteerde thee met een kaakje. Harriman was snel klaar: 'Ik zie het al. Een land waarvan de premier zo eenvoudig leeft, is onze hulp waard'.
De anekdote is kenmerkend voor Nederland in de jaren vijftig. Nederland had de premier die het verdiende: een sober mens, toonbeeld van zuinigheid en gematigdheid. Drees was ook een typisch verzuild politicus. Hij was erg gehecht aan de sociaal-democratische traditie, maar kon goed zaken doen met de KVP, met wie hij twaalf jaar regeerde, waarvan tien als premier (1948-1958). De meeste roem vergaarde hij misschien wel als minister van Sociale Zaken. In 1947 regelde hij in een noodwet een oudedagsvoorziening voor alle Nederlanders, de voorloper van de AOW. Bejaarden die 'trokken van Drees' waren hem nog tientallen jaren later dankbaar.

Roel van Duijn (1944)
Roel van Duijn richtte in mei 1965 met Robert Jasper Grootveld de Provo-beweging op. Grootveld, die van dag tot dag leefde en zich in leven hield met pretentieloze baantjes als glazenwasser, was de tegenpool van de serieuze en intellectualistische student Van Duijn. Van Duijn zocht al sinds hij in 1961 de Ban de Bombeweging had opgezet, een middel om de wereld te waarschuwen voor de naderende ondergang. In dat opzicht werd ook Provo een mislukking, en toen de beweging in 1967 werd opgeheven, zakte Van Duijn weg in een depressie. Op een biodynamische boerderij kwam hij in contact met de natuur. Dat inspireerde hem tot de oprichting van de Kabouterbeweging (1969-1974), die in korte tijd massale aanhang kreeg. Na de ondergang van de Kabouters bleef Van Duijn actief als filosoof en lokaal politicus in de radicale tak van de milieubeweging.

Wim Kok (1938)
Timmersmanszoon Wim Kok maakte naam in de vakbeweging. Als voorzitter van de FNV (1975-1985) slaagde hij erin de radicale achterban tevreden te stellen en toch in gesprek te blijven met de werkgevers. In 1982 sloot hij met werkgeversvoorzitter Van Veen een akkoord over loonmatiging. Dit Akkoord van Wassenaar legde de basis voor het poldermodel en het herstel van de Nederlandse economie.
Den Uyl haalde Kok in 1985 naar Den Haag als zijn beoogd opvolger. Toen de PvdA in 1986 weer in de oppositie belandde, werd Kok partijleider. Hij nam afstand van de polarisatie en 'schudde zijn ideologische veren af'. Daardoor kon de PvdA in 1989 weer met het CDA gaan regeren, met Kok als minister van Financiën. Toen de economie in 1992 terugviel, voerde hij - anders dan Den Uyl indertijd - omvangrijke bezuinigingen door. In 1994 werd hij minister-president van het eerste kabinet zonder christen-democraten in 75 jaar. Als premier (tot 2002) genoot hij onder alle partijen grote populariteit. Ook internationaal oogstte zijn aanpak veel waardering.

Ruud Lubbers (1939)
Ondernemerszoon Ruud Lubbers trad in 1973 als volstrekt onbekende KVP'er toe tot het kabinet-Den Uyl. Hij stond bekend als progressief, maar kreeg een afkeer van de vijandige manier waarop Den Uyl naar ondernemers keek. In de jaren 1978-1982 opereerde hij als CDA-fractieleider in de schaduw van Van Agt, eindeloos compromissen smedend om de linkervleugel van de fractie achter het kabinet te houden.
Toen Van Agt de politiek verliet, werd Lubbers premier. Hij verraste met zijn rechtlijnige aanpak van de economische crisis. In 1986 plukte hij de vruchten. De economie bloeide op en het CDA boekte negen zetels winst. Toen in 1989 bleek dat hij ook met de PvdA kon regeren, was de 'manager in de politiek' op het hoogtepunt van zijn roem. Maar het liep slecht af. In zijn laatste kabinet sloeg een nieuwe economische crisis toe. Hij raakte hij in conflict met CDA-fractieleider Elco Brinkman, die hij zelf had aangewezen als zijn opvolger. Mede daardoor raakte het CDA in 1994 twintig zetels kwijt en belandde het, voor het eerst in zijn bestaan, in de oppositiebanken.

Hans van Mierlo (1930)
Toen de journalist Hans van Mierlo D'66 oprichtte, had hij niet het idee dat hij aan het begin van een lange politieke loopbaan stond. D'66 wilde immers alleen het politieke bestel laten 'ontploffen'. Maar het bestel ontplofte niet en D'66 bleef bestaan. Het kwam in 1967 direct met zeven zetels in de Kamer, voor een groot deel dankzij 'die aantrekkelijke jongen', die als geen ander het moderne levensgevoel uitstraalde.
Van Mierlo was fractieleider tot 1973, toen hij werd afgezet. Zijn fractie vond hem te weinig kritisch over het kabinet-Den Uyl. In 1981 keerde hij als minister van Defensie terug in de politiek - kortstondig, want na enkele maanden viel het kabinet. In 1985 kwam zijn tweede come back. D66 dreigde te worden weggevaagd en deed een dringend beroep op zijn grand old man nog een keer lijstrekker te worden. Het werd een succes dat Van Mierlo nog twee keer zou herhalen. In 1994 leverde dat zelfs 24 zetels op: een absoluut hoogtepunt voor D66. Een hartenwens van Van Mierlo ging toen in vervulling: voor het eerst kwam er een kabinet zonder het CDA. Van Mierlo werd minister van Buitenlandse Zaken. In 1998 verliet hij de actieve politiek.

Joke Smit (1933-1981)
Joke Smits loopbaan als feministe en de hele tweede feministische golf in Nederland begon in 1967 met één artikel: Het onbehagen van de vrouw. Smit beschreef de problemen van vrouwen die naast het moederschap wilden blijven werken. Ze deed dat uit eigen ervaring, want zelf moest ze haar goede baan op de universiteit zien te combineren met haar leven als echtgenote en moeder. De vele reacties op haar artikel waren aanleiding voor de oprichting van Man Vrouw Maatschappij, waarvan zij voorzitter werd. In 1973 riep zij het kabinet op tot het voeren van een emancipatiebeleid. Daartoe moest een emancipatiecommissie worden ingesteld. Vier maanden later al volgde het kabinet-Den Uyl dit advies op; Smit zelf werd voorzitter van de commissie. Minder succesvol was vier jaar later haar oproep voor een vijfurige werkdag voor mannen en vrouwen. De PvdA nam deze wens over, maar gerealiseerd werd hij nooit.

Joop den Uyl (1919-1987)
Joop den Uyl was een van de weinige oudere PvdA-politici die de jaren zestig overleefden. Doordat hij meeging met de polarisatie kon hij zich twintig jaar handhaven als PvdA-leider. Meer dan andere politici van zijn generatie vond hij aansluiting bij de protestgeneratie.
Zijn hoogtepunt bereikte Den Uyl in de jaren 1973-1977, als minister-president. Hoewel hij weinig 'telegeniek' was - klein, kaal, slonzig, moeizaam sprekend - genoot hij de nodige populariteit: altijd strijdend voor rechtvaardigheid, en in tijden van nood een vaderlijke figuur. Het leverde de PvdA in 1977 tien zetels winst op. Maar hij was ook omstreden. Doordat hij ook als premier geen afstand nam van de polarisatie en vooral met vice-premier Van Agt een slechte relatie had, bracht hij veel minder tot stand dan hij had gehoopt. Ook werd hem verweten geen rekening te houden met het bedrijfsleven en de overheidsuitgaven uit de hand te laten lopen. Bij de kabinetsformatie van 1977 zette hij zich met zijn hoge eisen buitenspel. De negen jaren die volgden voerde hij fel maar machteloos oppositie.

Hans Wiegel (1941)
Toen Hans Wiegel in 1972 lijsttrekker van de VVD werd, was hij nog maar dertig jaar. Met zijn driedelig kostuum, horlogeketting en sigaar was hij echter bepaald geen vertegenwoordiger van de protestgeneratie. Als oppositieleider trok hij hard van leer tegen 'de socialistische nivelleringsdrang' en de 'bemoei- en de spilzucht' van het kabinet-Den Uyl. Na dit rampzalige kabinet zou het 'puinruimen' geblazen zijn. Maar toen Wiegel in 1977 vice-premier werd, werd er helemaal niet puingeruimd. Integendeel, de overheidsuitgaven liepen nog veel meer uit de hand. Toch was Wiegel een succesvol politicus. Hij was een uitstekend debater, die de camera's bespeelde en zich nadrukkelijk richtte tot 'de mensen in het land'. Met die aanpak vormde hij de VVD om tot een volkspartij, die bijna twee keer zo veel stemmen trok als voor zijn komst. In 1982 trok hij zich terug uit de landelijke politiek.
